Over fragmentarische antwoorden met infinitieven in Maldegems dialect

TitleOver fragmentarische antwoorden met infinitieven in Maldegems dialect
Publication TypeTalks
AuthorsOosterhof, A., & Rys K.
Place PresentedPresented at De Grote Taaldag 2016: AVT TIN-dag en ANéLA TTiN-dag. Utrecht, The Netherlands.
Year of Publication2016
Date Presented06/02/2016
Dutch Abstract

In onze paper beschrijven we de eigenschappen van een constructie in een Vlaams dialect, namelijk Maldegems dialect, waarin infinitieven gebruikt worden in fragmentarische antwoorden zoals in (1) en (2):

(1) A: Waar is mijn bril?
B: Op tafel liggen.(‘Hij/Die ligt op tafel.’)
(2) A: Waar is je velo?
B: Buiten staan.

Dit gebruik van infinitiefconstructies is in Standaardnederlands onacceptabel (of twijfelachtig). De constructie is een voorbeeld van een gebruik waarin de infinitief de tempuskenmerken van de zin uitdrukt, wat bijvoorbeeld relevant is in het kader van Zwarts (2014) analyse van tempuskenmerken uitgedrukt door infinitieven. De vraag is verder hoe we verschillen in gebruiksmogelijkheden van fragmentarische antwoorden kunnen beschrijven op basis van bestaande theorieën hierover, zoals Merchant (2004). In onze constructie kan er niet altijd een weggelaten deel geïdentificeerd worden dat semantisch identiek is aan een antecedent in de vraagzin. Gebruik en beperkingen van de constructie worden geïnventariseerd aan de hand van een studie waarbij een veertigtal sprekers bevraagd werd over hun oordelen.

Type of WorkTalk