Identificeerbaarheid en verstaanbaarheid van de spraak van gehoorgestoorde kinderen met een cochleair implantaat
Project information
Abstract: 

Until recently children who were born "deaf" remained "deaf", and thus were unable to acquire spoken language. Fortunately nowadays deaf children with a cochlear deficit can be helped with a surgical intervention: they receive a cochlear implant (CI) very early in life so that they can "hear", i.e., can experience sound sensations.

The first concern that the parents of these children phrase, is: "will my child hear with an implant?" The answer is definitely positive. The second question usually is: "will my child speak and sound like a normal hearing (NH) child of the same age?" This question remains unanswered. We want to address this issue from two perspectives: the identifiability and intelligibility of CI children.

Recent findings indicate that the speech of 6- to 7-year-old CI users deviates from that of NH peers in particular fine details. But are those details that we can measure also detectable by the human ear? Are they sufficient to reliably identify CI children's speech? This will be investigated by having people listen to recordings of speech of CI children, children with an acoustic hearing aid (HA), and NH children.

A second main research question concerns the intelligibility of CI children's speech. When the children enter mainstream primary school, it is quintessential to know if they are intelligible for people not familiar with them. In this project we will assess their intelligibility using different methodologies.

Abstract Dutch: 

Tot voor kort bleven kinderen die doof geboren werden hun hele leven doof. Dit vormde een enorme belemmering voor de ontwikkeling van gesproken taal. Tegenwoordig kunnen dove kinderen met een probleem in het slakkenhuis geholpen worden door een cochleair implantaat (CI) zodat ze al op zeer jonge leeftijd kunnen “horen”, of beter gezegd: ze kunnen geluiden waarnemen.

Het eerste wat de ouders van deze kinderen zich afvragen is: “Zal mijn kind met een implantaat kunnen horen?” Het antwoord hierop is in ieder geval positief. De tweede vraag is meestal: “Zal mijn kind spreken en klinken zoals zijn normaalhorende leeftijdsgenootjes?” Deze vraag blijft tot dusver onbeantwoord. Dit aspect wordt in dit onderzoek vanuit twee perspectieven beschouwd, namelijk de identificeerbaarheid en de verstaanbaarheid van kinderen met een cochleair implantaat. 

Recente onderzoeken tonen aan dat er in de spraak van zes- tot zevenjarige CI-kinderen kleine verschillen te vinden zijn ten opzichte van de spraak van normaalhorende kinderen. Maar zijn deze meetbare details ook hoorbaar voor het menselijke oor? Zijn ze met andere woorden opvallend genoeg om de spraak van CI-kinderen betrouwbaar te kunnen identificeren? Dit zal onderzocht worden door personen te laten luisteren naar opnames van de spraak van CI-kinderen, kinderen met een hoorapparaat en normaalhorende kinderen.

Een tweede onderzoeksvraag betreft de verstaanbaarheid van de spraak van CI-kinderen. Vooraleer deze kinderen naar de basisschool gaan, is het namelijk van wezenlijk belang om te weten of hun spraak ook verstaanbaar is voor personen die niet vertrouwd zijn met de spraak van CI-kinderen. In dit project gaan we de verstaanbaarheid beoordelen door gebruik te maken van verschillende methoden.

Project Leader(s): 
Steven Gillis
Hanne Kloots
Period: 
01/10/2015 - 30/09/2019
Sponsor(s): 

FWO - Research Foundation Flanders

Syndicate content